Burgerlijke ongehoorzaamheid in Blôtebieneland

(Aartswoud en het mysterie van het verdwenen vliegwiel)

Door Bart Knobbe

Vanaf 1334 tot aan de inpoldering van de Wieringermeer in 1930 heeft Aartswoud, in de volksmond ook wel Blôtebieneland geheten, aan zee gelegen. Voor die tijd lag de dijk bij Aartswoud verder naar het noorden. Deze bleek in 1334 ernstig verzwakt en niet meer te redden. Om te voorkomen dat er een overstroming zou plaatsvinden, werd er toen in alle haast een inlaagdijk (veiligheidsdijk die achter een bestaande dijk gelegd wordt als deze verzwakt is) aangelegd. De in 1334 aangelegde inlaagdijk is de nu nog bestaande West-Friese Binnendijk. Deze lag meer naar het zuiden waardoor onder andere het dorp Gawijzend, gelegen in de polder de Heerenkoog, aan het water werd prijsgegeven. De inwoners van Gawijzend kregen van graaf Willem III toestemming om te vertrekken naar Valk(k)oog, alwaar zij allen ter compensatie een stuk land ten geschenke kregen. Het stuk land waar de inwoners van Gawijzend zich vestigden, werd toen Nieuw Gawijzend genoemd. Gawijzend lag aan het eind van de Aartswouder Gouw (de huidige Zuiderzeestraat) en werd daarom ook wel Gouwsend genoemd. Bij de drooglegging van de Wieringermeer werden restanten van het vroegere dorp aangetroffen, onder andere de fundamenten van een kerk en stenen doodskisten.

Stoomgemaal

 

Stoomgemaal

Om het water af te kunnen voeren werden er sluizen in de dijk aangebracht. Eén bij de kolk van Dussen, één bij het dorp en één aan het eind van de Langereis. Om voor voldoende afwatering van de Heerhugowaard te zorgen, gaf hertog Albrecht van Beieren in 1386 vergunning tot het graven van de Langereis. De waterloop de Wisene, een voorganger van de Langereis, werd hierbij vergraven. In 1461 werd dit afwateringskanaal voltooid. Het water van de Heerhugowaard kon toen direct afstromen op de Waddenzee. Deze watergang wordt door de plaatselijke bevolking vaak de Ringvaart of de Ringsloot genoemd. Met de Langereis wordt welbeschouwd bedoeld de beide dijken waartussen de sloot loopt. In 1884 besloot het bestuur van het Geestmerambacht om over te gaan tot de bouw van een stoomgemaal aan de dijk bij Aartswoud, dicht bij de twee Geestmerambachtsluizen. Dit omdat de natuurlijke afwatering van de Langereis te langzaam ging. Een stoomgemaal zou garant staan voor een betere waterbeheersing van het gebied bewesten de Langereis. In 1894 werd het geopend en in gebruik genomen. Het grote gebouw bevatte drie stoomketels waarvan er één in reserve werd gehouden. Als beide stoommachines van het gemaal op volle capaciteit draaiden, kon er per minuut 600 kubieke meter water worden uitgeslagen. Een enorme hoeveelheid in die dagen. Het schepradsysteem van dit gemaal was uniek in deze provincie. Het was het machtigste gemaal in Hollands Noorderkwartier. En, zo schreef de heer K. Beunder in een ingezonden brief in de krant, de trots van Aartswoud, die bovendien in vroeger dagen diende als oriëntatiepunt voor de vissers.

In de jaren vijftig werd er tussen Kolhorn en Winkel een nieuw gemaal gebouwd. Ditmaal met elektrische motoren, waardoor het vermogen aanzienlijk groter werd. Het gemaal in Aartswoud werd hierdoor overbodig en werd in 1959 stilgezet. Aanvankelijke plannen om er een museum van te maken vonden geen doorgang. In 1969 werd dit in het landschap zeer beeldbepalende gebouw gesloopt. Dit tot grote spijt van velen.

Monument

De gemeente Hoogwoud, waar het dorp Aartswoud onder viel, besloot om als aandenken aan het gemaal een monument te maken van de twee vliegwielen. In afwachting van plaatsing op een nieuwe plek werden deze, elk drie ton wegend, gestald aan de Westerboekelweg bij de firma Steenmeijer. Hier zouden de wielen ook opgeknapt worden. Het aanvankelijke plan was om het monument op te richten op de plaats waar het gemaal had gestaan. Dit kon echter geen doorgang vinden omdat Rijkswaterstaat niet instemde met dit plan. Langs deze plek loopt namelijk een weg en bij Rijkswaterstaat was men bang dat automobilisten zouden worden afgeleid door het metershoge gedenkteken. Toen deed de volgende vraag zich voor: waar dient het monument dan opgericht te worden? In Aartswoud natuurlijk, vonden de inwoners van dit dorp. De plek was al gevonden. De raad echter had Hoogwoud in gedachten, in het plantsoen tussen de Graaf Willemstraat en de Raadhuisstraat, vlak achter het gemeentehuis. Bijkomend voordeel zou zijn dat er in Hoogwoud niet geheid hoefde te worden, in Aartswoud wel. Bovendien waren beplanting en dergelijke al aanwezig. Deze optie was dus veel goedkoper. Aldus werd dan ook besloten door de meerderheid in de raad.

Cees de Boer, raadslid woonachtig in Aartswoud en vaak Cor genoemd, stemde tegen plaatsing in Hoogwoud. Ook de heren A. van Dolder en H. van der Schaaf stemden tegen. Niet in verband met de plaats van oprichting van het monument, maar omdat ze de kosten van realisering sowieso onaanvaardbaar hoog vonden, zowel in Hoogwoud als in Aartswoud. De overige acht leden stemden voor. Dit raadsbesluit was zozeer tegen het zere been van veel Aartswouders dat ze besloten om in actie te komen. De uitvoering van het genomen besluit zou verijdeld worden: burgerlijke ongehoorzaamheid in Blôtebieneland!

Vliegwiel ontvreemd

In eerste instantie zou men in Aartswoud geld inzamelen, zodat de gemeente niet duurder uit zou zijn dan bij plaatsing in Hoogwoud. Voordat het benodigde bedrag binnen was kwam er echter een stoutmoediger plan naar boven:

Eén van de vliegwielen ontvreemden en op het kerkenlandje neerzetten (de plek waar de beide wielen nu staan). Dit stukje land, zes are groot, was door de kerkvoogdij van de Nederlands Hervormde Kerk van Aartswoud, voor het bedrag van één gulden verkocht, speciaal beschikbaar gesteld voor de plaatsing van het vliegwielmonument. Zo gezegd, zo gedaan. In de nacht van 28 op 29 december 1970 werd door de Aartswouder kapers Wim Ruig, zijn zoon Fred Ruig, Dirk Gelijk en Jan van Soelen met tractor, wagen en kraan het vliegwiel opgehaald. Toen het wiel er stond werd een bord met de volgende tekst geplaatst:

 

(Kamps, Kuipers en Deutekom zijn de aannemers die zich hadden ingeschreven om het monument te realiseren). Op 30 december was het hele verhaal al in de krant te lezen. Ondertussen was het benodigde bedrag voor de oprichting van het monument al bijna bij elkaar. Ook bood de Aartswouder bevolking burgemeester en raad aan om zelf het schilderwerk, de beplanting en de omheining te verzorgen.

Politie in opdracht van Breebaart op onderzoek.

Op 7 januari 1971 zou de raad bijeenkomen en een besluit nemen. De meerderheid bleek voor handhaving van het in november genomen raadsbesluit. Het argument dat er in Hoogwoud al een fundering was gelegd (fl. 2.000,-) speelde hierbij een belangrijke rol.

Verontwaardiging

De Aartswouder gemeenschap was zeer verontwaardigd. Toen bekend werd dat de gemeenteraad een bedrijf (de firma Peereboom uit Nieuwe Niedorp) had ingehuurd om het vliegwiel terug te brengen naar Hoogwoud, belegde men in allerijl een vergadering. Besloten werd om ook Peereboom in te huren, maar dan op een vroeger tijdstip dan de gemeente had gedaan…… Het vliegwiel werd opgetakeld, in een kiepkar gehesen en naar een geheime plaats gebracht. Het nieuws was ook in Hoogwoud al snel bekend. Gemeentebode en politie gaan in opdracht van de burgemeester D. Breebaart op onderzoek uit. Tevergeefs. De burgemeester doet officieel aangifte van diefstal van gemeente-eigendom. Voor alle zekerheid wordt het andere vliegwiel in de fabriekshal van Steenmeijer gerold. Hier zijn twee bulldozers voor nodig.

Deuren te smal

Slechts weinigen wisten dat het wiel naar een kapschuur in de buurt van Lambertschaag was gebracht. Dit overigens als noodoplossing. De oorspronkelijke bestemming was een oude kolenloods in Twisk geweest. De deuren van deze loods waren echter slechts 2,5 meter breed, 10 centimeter minder dan de breedte van het vliegwiel. Terug naar Aartswoud dan maar. Onderweg zagen de kapers bij een boerderij in de buurt van Lambertschaag nog licht branden, ze stopten en vroegen de boer of het wiel hier verstopt mocht worden. Dat was goed. Hij wilde echter dat het vliegwiel weer snel opgehaald zou worden. Bovendien hadden zijn kinderen de volgende dag in het dorp laten blijken meer te weten over de schuilplaats. Dit werd te link. Wat nu te doen? De breinen achter de actie belden wat kennissen af en vonden in `t Zand iemand die bereid was het gevaarte op te slaan. Het transport vond plaats in de nacht van 14 op 15 januari.

Guerrilla

Ondertussen publiceren de plaatselijke kranten grote artikelen over het conflict tussen Aartswoud en Hoogwoud. Journalist F. van den Mosselaar spreekt over een ‘guerrilla voor behoud gemaalmonument in dorp’ en van ‘de burgerstrijd in Hoogwoud tussen de residentie en het buitendorp’. Anderen spreken over opstand, prestigestrijd en koude oorlog. Journalisten die in Aartswoud langsgaan in een poging de bevolking bekentenissen te ontlokken, treffen slechts vergenoegt in hun handen wrijvende dorpsbewoners met het slot op de mond aan.

Inmiddels heeft men in Hoogwoud lucht gekregen van de verblijfplaats van het wiel. Ergens in de richting van de Wieringerwaard wordt een nieuwe plek gevonden. In de schuur van een oud-inwoner van Aartswoud worden kiepwagen en wiel bedekt met balen stro. Volstrekt onzichtbaar. Bij nacht en ontij vindt het transport plaats.

Carnaval.

 

De burgemeester van Hoogwoud beloofde ondertussen om in de raad het voorstel te doen om Aartswoud fl. 6.700,- te geven, zodat de inwoners de wielen zelf in hun dorp zouden kunnen plaatsen. Voorzichtig geworden, besloot men in Aartswoud pas in te stemmen na het officiële raadsbesluit in deze. Tot die tijd zou het vliegwiel niet tevoorschijn gehaald worden. Zo verklaarde de dorpsraad namens de inwoners. Bemiddeling van raadslid Cees de Boer mocht niet baten. De raadsvergadering vond plaats op 5 februari. De meerderheid van de raadsleden wilde pas over het voorstel van de burgemeester praten, als eerst het wiel teruggebracht zou worden. Hiermee was er een nieuwe patstelling geboren.

Breebaart ontstemd

Een aantal boze Aartswouders wijst in de krant met een beschuldigende vinger richting burgemeester Breebaart. Hij is hierdoor terecht uiterst ontstemd. De genomen beslissingen betreffende het op te richten monument zijn immers genomen door de raad en niet door de heer Breebaart. Sterker nog: de burgemeester heeft tijdens de raadsvergaderingen zelfs niet het recht om mee te stemmen. Ook voor de dorpsraad van Aartswoud, en voorzitter Klaas Bossen, is dit volkomen duidelijk. Deze dorpsraad stelt in de krant dan ook dat het niet fair is om de burgemeester persoonlijk aan te vallen.

Ludieke acties

In Aartswoud verzint men een aantal ludieke acties om het onderwerp onder de aandacht te brengen en te houden. Zo wordt er voor de carnavalsoptocht in 1971 een wagen gemaakt met een imitatieliegwiel. Achterop de wagen wordt een zogenaamd met geld gevulde zak geplaatst met de cijfers f 6700,- erop. Op de wagen reed een aantal Aartswouders mee verkleed als gemeenteraadsleden en als burgemeester en wethouders. Om niet herkend te worden, hadden ze allemaal een mombakkes voorgedaan. Op de wijs van ‘Mien waar is mijn feestneus’ zong men:

 

Raad, waar is het vliegwiel?
Raad waar is het wiel?
Waar is het vliegwiel gebleven?
Ik zag het gistermiddag op het land nog staan.
Nu is het verdwenen, waar is het naartoe gegaan?
Raad waar is het vliegwiel?
Waar is het vliegwiel gebleven?

 

In Aartswoud aan de dijk
Stond eens het stoomgemaal.
En toen het moest verdwijnen, 
Werd het een groot kabaal.
Hoogwoud die nam de wielen,
En Aartswoud stond op wacht.
Ze gingen er eentje halen,
`t Was midden in de nacht.

 

In Hoogwoud daar mag alles,
Aartswoud is niet in tel.
Nu dit weer met die wielen.
Het is oneerlijk spel.
Hoogwoud ontneemt ons alles,
Dat is iedereen bekend.
We nemen het niet langer, 
Want het is ons monument.

Na Hoogwoud te hebben bezocht gaat de kar door naar Opmeer. De meeste ‘raadsleden’ zijn inmiddels zo dronken als een tempelier. Bij de gemeentegrens wordt de Aartswouder delegatie opgewacht door de politie van Opmeer. Die nodigt het gezelschap uit om me te gaan naar een feestzaal waar ook burgemeester Koomen van Opmeer aanwezig is. Deze speelde het spel volledig mee. De verklede Aartswouders worden door hem onthaald met de woorden:

‘Welkom in de gemeente Opmeer, bevriende raad’. Het was wel duidelijk aan wiens kant burgemeester Koomen stond.

 

Bij een andere gelegenheid maakte een aantal inwoners een alternatief vliegwielmonument dat geplaatst werd bij het dorpshuis in Hoogwoud. Ernaast stond een bord met het opschrift: ‘Stop mij niet in de doofpot’. De initiatiefnemers en makers waren slechts in Aartswoud bekend. Zelfs internationaal werd de aandacht getrokken. Tijdens de wereldkampioenschappen schaatsen in Gotenburg was een groot spandoek te zien met daarop de tekst ‘Hup, hup, hup, de Aartswoudse Vliegwielclub’.

 

Volkstelling

En het geschiedde in die dagen dat er een volkstelling zou worden gehouden. Aartswoud besloot hierbij provocerend te werk te gaan. Een aantal inwoners maakte een stempeltje met de afbeelding van een vliegwiel met de tekst ‘vliegwiel-actie Aardswoud’ (de naam van het dorp wordt hier merkwaardig genoeg met een ‘d’ gespeld). Mevrouw Jopie de Boer, secretaris van de dorpsraad, had het stempel in huis. De volkstellingpapieren van diegenen die met deze actie instemden werden hiermee bestempeld. Op deze wijze was men er zeker van dat ook Den Haag, waar alle papieren immers heen gestuurd zouden worden, kennis zou nemen van het nu toch al maanden slepende conflict.

De burgemeester werd door deze actie tot het uiterste getergd. Hij wilde de hele affaire de wereld uit hebben, en wel zo snel mogelijk. Hij sprak met zijn wethouders en op 4 maart 1971 nam de raad het voorstel van burgemeester en wethouders aan om het monument op te richten op het kerkenlandje in Aartswoud. Voorwaarde was dat het gekaapte vliegwiel uiterlijk 9 maart terugbezorgd zou worden bij de firma Steenmeijer. Er werd voldoende geld beschikbaar gesteld (f 6.760,-) en er zou gezorgd worden voor het heien van vier palen en voor het maken van een veekering. Bovendien zouden de werktekeningen van de technische dienst ter beschikking worden gesteld aan de dorpsraad.

Happy-end boerenoorlog

Aartswoud stemde uiteraard in met dit voorstel en kort daarop werd, in gezelschap van een journalist en een fotograaf, het verstopte vliegwiel opgehaald en afgeleverd bij de firma Steenmeijer in Hoogwoud. Wederom verschijnen er grote artikelen in de regionale Kranten, onder andere met deze koppen: ‘Monumentale boerenoorlog kent toch happy-end’ en ‘Vijftal noeste Aartswouders voerde NHD naar vliegwiel’ (Zijnde de 4 kapers en mevrouw Jopie de Boer).

Terugkeer vliegwiel in Hoogwoud.

 

Het in Aartswoud en omstreken opgehaalde geld, 7000 gulden, werd voor een deel aan de gulle gevers teruggegeven en voor een deel aan het verenigingsleven van het dorp geschonken. In oktober van dat jaar werd het monument onthuld door meester G. J. Tulp, de wethouder die indertijd met het voorstel gekomen was om een monument van de twee vliegwielen op te richten. De onthulling vond plaats in aanwezigheid van onder anderen de heer Breebaart, inmiddels oud-burgemeester, en de gemeenteraad.

Dubbelinterview

Dan volgt nu nog het verslag van een dubbelinterview dat ik had met mevrouw Jopie de Boer-Bruin (die na haar huwelijk in 1943 met een Aartswouder 54 jaar in dit dorp heeft gewoond), destijds lid van de dorpsraad en één van de breinen achter bovengenoemde activiteiten en met de heer Cees de Boer (geen familie), toenmalig raadslid voor Gemeentebelangen en inwoner van Aartswoud. Beide geïnterviewden wonen tegenwoordig in Hoogwoud. (Mevrouw de Boer blijkt thuis trouwens nog een aandenken aan het stoomgemaal te hebben liggen: een mooi opgepoetste vetspuit die haar man heeft gekregen van de voormalige hoofdmachinist, de heer List).

-Veel inwoners van het huidige Hoogwoud vinden dat hun dorp achtergesteld wordt bij Opmeer en Spanbroek. Is dit vergelijkbaar met jullie gevoel destijds ten opzichte van Hoogwoud?

Absoluut. Wij hadden het gevoel dat Hoogwoud zich veel belangrijker voelde, dat daar alles kon en bij ons niet. Wij waren echt het buitengebied, wij hadden hierdoor vaak een enorm gevoel van onmacht.’

Volgens mevrouw de Boer ligt de basis van het conflict Aartswoud versus Hoogwoud wellicht in het geloof: ‘Hoogwoud was voornamelijk katholiek, Aartswoud daarentegen was zo heidens als het maar kon.’ (Volgens sommigen is dit overigens de verklaring voor de bijnaam van Aartswoud: Blôtebieneland. Men zou er te frivool gekleed gaan).

-Als je de verhalen leest of hoort over het vliegwiel, krijg je de indruk dat Aartswoud als één man tegenover Hoogwoud stond. Klopt dit beeld?

‘Zeker. Iedereen stond achter alle acties, de eenheid van het dorp was nog nooit zo groot geweest. Zo hoog zat het iedereen en zo groot was de verontwaardiging bij iedereen. Alle inwoners, echt niemand uitgezonderd, waren bij de collecte ook heel gul. Niet alleen Aartswouders schonken trouwens geld ook veel inwoners van andere dorpen, die alles via de krant konden volgen, waren vrijgevig. Naast geld, ontvingen we ook enorm veel adhesiebetuigingen. Iedereen leek wel aan onze kant te staan. Zeer zeker was dit ook het geval bij de pers. Journalisten belden vaak uit zichzelf op om te vragen of er nog nieuws was. Al die grote artikelen in de krant waren ons machtigste wapen. En een nagel aan de doodskist van in het bijzonder de burgemeester aan wie, overal waar hij kwam, op spottende toon gevraagd werd hoe het met de vliegwielen gesteld was. Hij stond in de hele provincie voor gek. Toen er op een gegeven moment zelfs een artikel in de Telegraaf verscheen, vond hij dat verschrikkelijk. Veel Aartswouders zijn in die dagen trouwens lid geworden van het Noordhollands Dagblad, omdat deze krant ons zo steunde.’

-Was het kapen van het vliegwiel voor Aartswoud een soort grap of kwam het echt voort uit boosheid?

‘Wij waren verschrikkelijk kwaad en verontwaardigd. We zouden ook zeker niet toegegeven hebben. Als er geen oplossing gevonden was, had een aantal heethoofden het wiel waarschijnlijk gesloopt. Alles liever dan toegeven aan Hoogwoud.’

Mevrouw de Boer heeft de burgemeester tijdens een onderhoud ook nog gewaarschuwd dat de gemoederen ter plaatse zeer verhit waren. Ze zei tegen hem: ‘Het is hier net een nest boze bijen.’

‘De boosheid nam ook alleen maar toe. Met het argument dat plaatsing in Aartswoud duurder was, koos de raad voor Hoogwoud. Toen we in de tijd van een ja en een nee het benodigde bedrag bij elkaar hadden en een plek om het monument te plaatsen, ging de raad echter niet overstag. Het was een principekwestie geworden, men wilde het monument per se in Hoogwoud hebben, dicht bij het gemeentehuis. De burgemeester kon officieel en openlijk misschien geen invloed uitoefenen bij een stemming, achter de schermen kon en deed hij dit echter wel degelijk. Het was een erg dominante man, zijn invloed was enorm. En hij was een vasthouder, als hij iets in zijn kop had, had hij het niet in zijn kont. En het was wel duidelijk wat hij in zijn kop had: Hoogwoud. Deze manier van doen hebben wij hem erg kwalijk genomen’.

-Is deze kaping iets wat typisch bij dit dorp past? Kunnen jullie iets zeggen over de Aartswouder volksaard?

‘Je zou kunnen zeggen dat deze eigenzinnig is. Vergeet niet dat het van oudsher een vissersvolk is, dus erg op elkaar aangewezen. Een gesloten gemeenschap. Als er iets aan de hand is, trekt men naar elkaar toe en is het een eenheid. De echte Aartswouder houdt niet van koude drukte en zegt niet veel. Iets is goed of niet.’

-Hoe kijken jullie terug op deze tijd?

‘Ondanks onze oprechte verontwaardiging over de gang van zaken betreffende het monument, hebben we ook ontzettend veel lol gehad met elkaar. Het waren mooie tijden. De bedenkers en uitvoerders van de plannen leken af en toe wel nergens anders meer mee bezig te zijn. Maar genoeg is genoeg, uiteindelijk wilden wij ook dat er een einde aan de affaire kwam.’

Toen is Cees de Boer, als gemeenteraadslid uit Aartswoud, gevraagd om op te treden als bemiddelaar tussen beide partijen. Hij werd bij een vergadering van de dorpsraad en de kapers uitgenodigd. Dit nadat hij plechtig had beloofd om niet de namen van bedenkers en daders bekend te maken. Deze vergadering vond plaats bij Jopie de Boer. Voor Cor de Boer was het een verrassing om te zien wie er binnenkwamen. De binnenkomst van Jan van Soelen ontlokte hem de legendarische uitspraak: ‘Jij ook?’ De daders, evenals trouwens de plek waar het vliegwiel zich bevond, waren namelijk maar bij een paar mensen bekend. (Onder andere bij de leden van de dorpsraad, deze waren van alles op de hoogte, maar deden niet mee aan de praktische uitvoering van de snode plannen.) De onderhandelingen hadden niet onmiddellijk resultaat, maar zetten de boel wel wat in beweging. Waar deze beweging en een aantal hierboven beschreven acties toe geleid hebben, is nu in Aartswoud te bewonderen. Op het kerkelandje.

Een foto van het huidige monument.

 

Bronnen

- Bij het schrijven van dit artikel heb ik voornamelijk geput uit Het vliegwiel en andere westfriese verhalen, J. Koster, uitgeverij Pirola, Schoorl.

- Daarnaast heb ik informatie ontleend aan de Kroniek van de dorpen Aartswoud en Hoogwoud, P. Bossen, Trapman N. V., Schagen, 1938, en aan artikelen uit het Dagblad voor West-Friesland en het Noordhollands Dagblad.

 

Website designed and build by Déanluma