Stichting Hoochhoutwout biedt u het heden en het verleden van de (vroegere) gemeente Hoogwoud (Hoogwoud, Aartswoud, De Langereis, De Gouwe, De Weere). De Stichting Hoochhoutwout heeft als doelstelling om de (vroegere) gemeente Hoogwoud in al haar facetten te belichten.

Ons Belang als bestelvereniging.

Door Martien Hoogland

Hoogwoud werd in 1911 verrijkt met een aankoopvereniging  voor kunstmest en veevoer, genaamd Ons Belang. Zij was nauw verbonden met de familie Bos. Initiatiefnemers van Ons Belang waren Klaas Braak uit De Weere en Jaap Kuiper van De Langereis. Zij staan ook als eersten op de ledenlijst. Braak was de zoon van een bouwer uit Hauwert, die door een huwelijk met boerendochter Glas op een boerderij  in  De  Weere  terechtkwam. Klaas had de dagelijkse leiding over Ons Belang en kocht de kunstmest en het veevoer in. Jaap Kuiper was vertegenwoordiger van Ons Belang en tevens tuinder aan De Langereis.

Ons Belang was in het begin niet meer dan een bestelvereniging. Een pakhuis en voorraden waren er niet en leden namen direct af wat ze besteld hadden. De meerderheid  van  de  protestantse  agrariërs kocht bij Ons Belang. In 1916 waren er al 42  leden.  Concurrerende  handelaren waren Koenis, Appelman, Van Herwerden uit Niedorp en Zaannoordijk uit Alkmaar. Ook molenaar Bos handelde op kleine schaal in veevoer. Met de komst van Ons Belang kwam deze handel van Bos in de knel. Hij ging als loonwerker het graan vermalen dat de agrariërs via Ons Belang kochten.

Bos verschilde hier van molenaar Appelman die in de Zuidermeer met een handel in veevoer begon en met Koenis die in een molen in Hensbroek zijn veevoer vermaalde. Zij werkten in het overwegend katholieke deel van Westfriesland, waar geen coöperaties ontstonden. Ze breidden hun zaken voortdurend uit. Beiden zouden in de jaren twintig naar de haven van Opmeer vertrekken, omdat deze over het water goed bereikbaar was. Ook de vracht van Bos werd nog gedeeltelijk via het water vervoerd. In de Lastdrager zat namelijk een deur die uitkwam op een sloot die rondom de molen liep. Deze sloot, die gedeeltelijk nog bestaat, liep via de Kerkelaan, achter de openbare lagere school en voor de huizen van de Boekel langs.

Ons Belang

In 1926 werd Ons Belang omgezet van een bestelvereniging in een echte coöperatie. Waarschijnlijk ging men met voorraden werken. Dit vroeg om investeringen en dus om een grotere verantwoordelijkheid van de leden. Ook namen de omzetten toe, wat af te lezen is aan het feit dat Bos in 1924 naast de molen een schuur neerzette terwij1 in 1934 een grotere schuur volgde. Bos werd volledig loonwerker voor Ons Belang. Elk jaar werd  voortaan  onderhandeld  over de tarieven die Bos mocht rekenen voor zijn maalwerk.

De molen van Bos met de in 1924 bijgebouwde opslagruimte. Echter nog zonder de in 1934 gebouwde graansilo.

 

Er werd een bestuur gekozen dat boven het dagelijks bestuur kwam te staan. Piet Donker van de Willemshoeve werd voorzitter en N. Slagter werd secretaris. De aanwezigheid van voorraden deed zich gelden. In 1926 was voor 108.000 gulden ingekocht. De omzet stemde het bestuur niet tot tevredenheid. Ze besloot op een vergadering van 17 december 1927 om een bepaalde afname verplicht te stellen. Dit leidde tot zulke omvangrijke protesten dat voorzitter Donker zich gedwongen zag om af te treden. Tuinder J. Kort van De Gouwe volgde hem op.

In  februari 1930 zorgde  de  zakkende markt voor een  schadepost omdat de voorraden minder waard werden. In 1930 en '31 werkte Ons Belang met verlies. In 1932 werd een bescheiden halfjaarwinst gemaakt van 1678 gulden, maar desondanks werd het maalloon verlaagd met tien cent per honderd kilo. De bestellingen bleven slecht lopen waardoor in 1934 het krediet op de lopende rekening bij de Raiffeisenbank werd verlaagd van 50.000 naar 30.000 gulden. Afnemers konden trouwens vanaf 1932 over de bank betalen. Tot dan toe werd er contant betaald.

Door de slechte prijzen konden sommige afnemers hun rekeningen niet meer betalen. De zogenaamde ‘debiteurenkwestie’ stond in augustus 1932 voor het eerst op de agenda, maar zou er regelmatig terugkeren. In mei 1939 werd uitgebreid aandacht besteed aan dit probleem. De meeste debiteuren hadden een schuld van enkele honderden guldens, maar bij sommigen liep zij op tot wel 1200 gulden. Het ging om kippeboeren maar ook om koeboeren. Besloten werd beslag te leggen op een deel van het melkgeld. Een voorstel tot het sturen van de deurwaarder werd niet aangenomen. Het ledental nam in 1938 toe van 68 naar 75. De omzet beliep 2.5 miljoen kilo ofwel 140.000 gulden.

In 1938 stelde J. Glas voor om leden een meervoudig stemrecht te geven, afhankelijk van hun omzet. Braak en G. Vijn waren voor omdat ze het onbillijk vonden dat kleine afnemers, zoals neringdoenden en kippeboeren, net zoveel inbreng hadden als grote boeren. Secretaris Piet Langedijk was echter tegen. Hij had omstreeks 1930 het tuindersbedrijf van Rens Kuiper overgenomen (gelegen op de hoek van De Gouwe) en behoorde nog tot de kleine ondernemers. Piet vond dat leden op hun capaciteiten beoordeeld moesten worden en niet op de omvang van hun aankopen. Uiteindelijk bleef het stemrecht enkelvoudig, zoals trouwens in de meeste aankoopcoöperaties in deze omgeving.

Klaas Braak en Jaap Kuiper bleven verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken. Kuiper verkocht zijn bedrijf en werd vertegenwoordiger van Ons Belang. In 1931 werd hij opgevolgd door Westerveld, die tot dan toe administrateur was van De Volharding uit Opmeer. Westerveld verdiende in 1937 1200 gulden + drie cent per 100 kilo verkochte goederen.

In 1939 klaagde een bestuurslid over de uitholling van het bestuur. Braak en Westerveld zouden onderling veel regelen, vooral op de prijszettersbijeenkomst die meestal op maandagavond viel. Braak kocht nog steeds in voor Ons Belang, onder andere op de graanbeurs in Middenmeer. In 1937 zou dit werk volgens hem extra tijd kostten door de komst van het mengvoer.

Katholieken als leden

Ons Belang was opgericht door protestantse agrariërs. Toch waren er ook diverse katholieken leden, vooral gezeten aan het Groene Wuiver. Zo was Roen Hoogland lid van 1916 tot 1928 en Teun Groot tussen 1923 en 1928. Dit was enigszins opmerkelijk. De tuinders probeerden eerst om binnen de in 1916 opgerichte afdeling Hoogwoud van de RK Land en Tuinbouwbond (LTB) een aankoopvereniging op te richten. Roen Hoogland was voorzitter en Dirk Bakker was secretaris van de tuinderssectie van deze LTB-afdeling. Deze telde zeker 13 leden tuinders. De LTB probeerde in het bisdom Haarlem een aankoopvereniging op te richten. In Opmeer werd Piet Koomen directeur van het depot van deze LTB-Handelsraad. Toch kozen de tuinders van het Groene Wuiver voor Ons Belang. Hun aantal was te klein om in Hoogwoud een zelfstandige LTB-aankoopafdeling op te richten, terwijl de verhouding tussen boeren en tuinders in Hoogwoud niet zodanig was dat ze gezamenlijk een plaatselijke afdeling konden oprichten. Zoals te zien aan bijvoorbeeld de inbreng van de verschillende Kuipers (Jaap en later ook Cor) in Ons Belang werkten boeren en tuinders daar nauw samen.

De stap van de katholieke tuinders naar ‘de protestanten’ was trouwens niet groot omdat de verhouding met de bewoners van De Gouwe goed was. Roen Hoogland en Teun Groot leverden bijvoorbeeld de melk van hun vee aan de fabriek aldaar. Verder werkte Roen Hoogland voor Rens Kuiper (een broer van bovengenoemde Jaap Kuiper, tuinder en vader van Cor Kuiper die vanaf 1930 op Pade 5 zou boeren en altijd betrokken was bij Ons Belang. Cor, geboren in 1900, werkte al in zijn jeugd voor Ons Belang) bij het rooien van de vroege aardappelen. Kuiper en Hoogland waren goede kennissen van elkaar. Jonge gasten zoals Klaas Groot, Teun.zn en Dirk Hoogland gingen geregeld naar het café op De Gouwe dat aan de splitsing met het Groene Wuiver stond.

Deze goede onderlinge verhouding veranderde vanaf de jaren dertig toen de jonge generatie Hoogland en Groot met een bedrijf begon. Zij werden meer opgevoed in de katholieke traditie  en gingen hun voer en kunstmest kopen bij Koenis uit Opmeer. Toen Klaas Groot in 1946 aan het Groene Wuiver met zijn tuinbouwbedrijf begon was er geen kontakt meer met de protestanten van De Gouwe. De oude generatie zoals Dirk Bakker bleef echter tot zijn pensionering omstreeks 1960 bij Ons Belang kopen.

‘Roen heb je nog leeuwen’

Na het eerdergenoemde conflict in 1927 zegden de meeste katholieke tuinders van het Groene Wuiver hun lidmaatschap van Ons Belang op. Ze wilden geen aansprakelijkheid meer maar bleven wel kopen bij deze coöperatie. Hun kinderen werkten  als  los  personeel  wanneer er  in Opmeer een schuit kwam met vracht voor Ons Belang. Westerveld kwam dan bij Roen Hoogland met de vraag: `Roen heb je  nog  leeuwen' .  De  Roentjes Wout, Maarten en Dirk togen dan naar Opmeer om daar voor 40 cent per uur in de jaren twintig zo'n schuit leeg te lopen. Ook de zonen van buurman Teun Groot hielpen regelmatig.  Het  was  trouwens  zwaar werk. De sterkste sjouwde 3 zakken tegelijk naar buiten, één op elke schouder en één dwars over.

 Fam. R. Hoogland in het violenveld (18 juli 1927). V.l.n.r. Wouter Hoogland, Roen Hoogland, Maarten Hoogland, hongaars meisje, Marie Hoogland en Grietje Hoogland.

De fusie in De Samenwerking

Al in 1927 stond een mogelijke fusie met De Volharding uit Opmeer op de agenda. Deze coöperatie voor kunstmest en veevoer was in 1912 opgericht door agrariërs van de Langereis en Opmeer. Zij pakten de zaak meteen groots aan en begonnen met een geheel ingerichte maalderij en een pakhuis. Deze werd aan de Waterkant in Opmeer gevestigd in het oude pakhuis van  bakker P. Mantel  uit  Hoogwoud. Verder werd in 1915 het oude pand van de melkfabriek de Onderneming  gekocht. De eigenaren Klaas Laan en Dirk Saal waren  met  hun  particuliere  fabriek gestopt na de opening van Aurora. De Volharding verkeerde vanaf het begin in financiële moeilijkheden. Zo weigerde notaris De Boer uit Hoogwoud al in 1913 om   financiële steun te verlenen. Secretaris Rol, woonachtig op de boerderij Zorgwijk aan het Noordeinde, was in 1916 opgestapt na een ernstig conflict over de financiën van De Volharding.

Pas in 1938 meldde bestuurslid J. Veerman dat er daadwerkelijke stappen ondernomen werden. Fusie was wenselijk omdat De Volharding matig zou draaien. Fusie was ook voor Ons Belang interessant omdat bleek dat coöperaties met een eigen maalderij goedkoper werkten. Bepleit werd om samen te gaan met de aankoopverenigingen van Abbekerk en Berkhout, en wel aan het water in Opmeer.

In 1941 fuseerden alleen Ons Belang met De Volharding in een nieuwe aankoopvereniging genaamd De Samenwerking die werd gevestigd in Opmeer. Het bestuur bestond vooral uit leden van Ons Belang, woonachtig vooral aan De Gouwe. K. Braak, J. Glas G.zn, J. Bossen, J. Helder en C. Kuiper. Bestuursleden van De Volharding trokken zich terug, wat tekenend was voor haar zwakke financiële positie.

Vanaf 1940 was Pannekoek de molenaar. Hij  maalde  met een  hamermolen  het graan en de lijnkoeken, die door de schippers Jonker en Mol aangevoerd werden uit De   Zaanstreek   of   Rotterdam. Kunstmest kwam uit het depot in Kolhorn of Purmerend.  Na de oorlog werden zowel kunstmest als steenkool aangevoerd met de trein via Obdam. In de oorlog kreeg men alleen 's nachts stroom. Men maalde voor de gehele omgeving, zo'n 1000 zak in de week. Kruideniersgroothandel AKZO uit Opmeer nam 3 á 400 zak af, bestemd voor menselijke consumptie. Vooral aan het einde van de oorlog zakte de omzet sterk terug. Er zouden niet meer dan 4 bonnen in drie maanden verkocht zijn.

Na de oorlog nam de omzet weer toe. In het jaar 1946/7 werd al weer 2.5 miljoen kilo omgezet, ofwel ongeveer tien ton per dag. In 1957 telde men250  leden. Hiervan waren er ongeveer 25 katholiek. Leden hadden een beperkte aansprakelijkheid. Na de opheffing van hun bedrijf kregen ze een uitkering afhankelijk van de omvang van de aankoop in het voorafgaande jaar.  Omstreeks 1960 fuseerde men met een aantal Westfriese coöperaties, zoals die in Berkhout en verhuisde men naar Hoorn. Dit werd Overnoord die uiteindelijk opging in Latuco.

 Website designed and build by

deanluma logo shade xsmall