Stichting Hoochhoutwout biedt u het heden en het verleden van de (vroegere) gemeente Hoogwoud (Hoogwoud, Aartswoud, De Langereis, De Gouwe, De Weere). De Stichting Hoochhoutwout heeft als doelstelling om de (vroegere) gemeente Hoogwoud in al haar facetten te belichten.

Rooms-koning Willem II, 750 jaar geleden bij Hoogwoud gesneuveld

Door Netty Zander

In het herdenkingsjaar 2006 werden er de nodige activiteiten ontwikkeld om de herinnering aan de dood van Willem II, 750 jaar geleden, levend te houden. Een van die activiteiten was een kranslegging in de Berkmeer op 28 januari, de dag waarop hij overleed . Tijdens die bijeenkomst hield Netty Zander een toespraak, die we hieronder integraal hebben overgenomen.

Geachte aanwezigen, namens het Westfries Genootschap en de historische vereniging Obdam/Hensbroek allemaal hartelijk welkom bij de herdenking van het feit dat Willem II, graaf van Holland, Rooms-Koning van Duitsland vandaag precies 750 jaar geleden, op 28 januari 1256, hier gesneuveld is.

Koning Willem door de Friesen gedood in den Jaare 1256. Oftewel: man te paard wordt op het 
ijs dood geslagen door boeren. Op deze manier gebeurde dat in de visie van de tekenaar S. Fokke,
van welke prent een kopergravure werd gemaakt. (tekening Westfries museum).

Hartelijk welkom burgemeester Van Beelen van Obdam, burgemeester Nijpels van Opmeer en burgemeester ter Heegde van de Heerhugowaard. Dit gebied viel in 1256 onder het Hoogwouder ambacht. Ook hartelijk welkom Gedeputeerde Hans Schipper van de provinciale Staten van Noord-Holland, die hier niet voor zijn leven hoeft te vrezen. U komt ons dan ook vredelievend tegemoet. Hartelijk welkom wethouder Ursem, die graag wilde dat er iets gebeurde, welkom andere genodigden en vooral natuurlijk welkom aan alle West-Friezen.

Op 28 januari 1256 trok Willem II, graaf van Holland en Rooms-Koning van het grote Duitse rijk op naar het ambacht Hoogwoud. Hij wilde, voordat hij door de paus tot Duits Keizer gekroond zou worden, de West-Friezen onderwerpen. De West-Friese bevolking erkende het grafelijk gezag niet, en waarom zouden ze, ze hadden er net 200 jaar over gedaan om hun West-Friesland bewoonbaar en leefbaar te maken en beriepen zich op het vrijheidsprivilege hen verleend door Karel de Grote.

We staan hier op historische grond. Waar het drama zich precies heeft afgespeeld weten we niet, het zal hier ongeveer gebeurd zijn, mogelijk in de Lage hoek. Het landschap zal ook zijn veranderingen hebben ondergaan. De historie die we van Willem II’s ondergang kennen, is vooral door de kroniekschrijvers van de Hollanders geschreven. Floris V, de zoon van Willem II, had er baat bij om de West-Friezen negatief en als barbaren, als primitieve woestelingen af te schilderen. Dit om een leger op de been te krijgen om de West-Friezen te onderwerpen. Geschiedenis wordt partijdig opgeschreven, dus met dit herdenkingsjaar hebben we wat goed te maken aan onze voorouders. Daarom wil ik nu de geschiedenis vanuit de West-Friezen belichten.

Laat u meenemen naar lang vervlogen tijden en hoor de geschiedenis van Willem II vooral van de kant van de West-Friezen, terwijl u uitkijkt op het adembenemend mooie open landschap. Achter u de Heerhugowaard en de Berkmeer, vóór u de Lage hoek en de Nederlands Hervormde kerk van Hoogwoud, daar ongeveer de Wisene of de Wijzend, alles vroeger het ambacht Hoogwoud.

Omstreeks 800 trokken de West-Friezen het veenmoeras in dat nog twee tot vier meter boven de zeespiegel lag. Van 800 - 1000 hebben ze dit veen ontgonnen. Duizenden kilometers sloten hebben ze gegraven, alles met de hand, gedurende 200 jaar, een gigantisch werk, misschien wel het grootste waterwerk ooit. Een heel patroon van sloten. Het gebied werd ontwaterd.

Maar wat gebeurt er als veen droog komt te liggen, het veen vervliegt, oxideert met als gevolg: bodemdaling. Van een gebied boven de zeespiegel werd het een landschap dat beschermd moest worden tegen het water. Veel land werd weggeslagen door alle overstromingen en stormvloeden, heel veel overstromingen. Er ontstonden meren, de Grote Waert, de Berkmeer. Er moesten dijken komen.

Route graaf Willem II naar Hoogwoud.

Men was door de natuur, door het landschap, door de strijd tegen het water, gedwongen tot samenwerking, strijden tegen het water doe je niet alleen, je hebt elkaar en overleg nodig. Het begin van democratie in de wereld. In deze gezamenlijke strijd tegen het water, tegen de waterwolf, was iedereen gelijk. Er waren geen feodale verhoudingen. Er was in West-Friesland geen adel. De West-Friezen waren goed georganiseerd. In waterstaatkundig opzicht en in militair en economisch opzicht. Dus ze waren alles behalve primitief. In 1250 was de West-Friese Omringdijk gesloten, een waterstaatkundig meesterwerk. Maar het gevaar was nog lang niet geweken. En er was nóg een gevaar: De Hollandse graaf. Hij wilde West-Friesland aan zich onderwerpen. Dat vonden ónze voorouders geen goed plan.

Hier waren vrije boeren met eigen initiatief, met gemeenschappelijke taken, als waterbeheersing, eigen wetten en vooral: vrijheidsgevoel. De West-friezen bepaalden zélf wat er moest gebeuren. Ze kozen hun eigen leiders, hadden hun eigen gewoonten en hadden volgens het oude Friese recht het Lex Frisionum, recht om eigen markten en jaardagen te houden. Ze wilden vrij blijven. Ze waren heer en meester op hun eigen erf. Met oneindig veel doorzettingsvermogen maakten ze het land leefbaar, om er een goed bestaan op te bouwen voor hun gezinnen en hun gemeenschappen. En nu zou een graaf dat even inpikken en belasting gaan heffen en hier de dienst uitmaken? Terwijl ze die hele slotengraverij zelf met hun eigen handen, met bloed, zweet en tranen hadden gedaan. Dat druiste in tegen de vrijheidsdrang en het rechtvaardigheidsgevoel van de West-Friezen. De graven van Holland hadden nog nooit iets voor hen gedaan. En bovendien beriepen de West-Friezen zich op een vrijheidsprivilege dat ze verleend was door Karel de Grote.

Ik neem u mee naar de Middeleeuwen, naar Willem II. Willem II, is al op zijn zevende jaar graaf van Holland. Als hij twaalf jaar is wordt hij meerderjarig verklaard en neemt het graafschap op zich. In Europa is er een strijd om de macht tussen de paus en de Duitse keizer Frederik II. Als Willem negentien jaar is, vraagt paus Innocentius hem Rooms-koning te worden. Vóór hij in Rome door de paus tot Duits keizer gekroond zal worden wil hij de West-Friezen aan zich onderwerpen. Hij wil zijn eigen zaakjes op orde hebben. En hij wil eindelijk wel eens af van de spotnaam ‘Waterkoning’. De eerste vijandelijkheden vinden plaats in 1254 en 1255. Dit Leerde hem dat hij weinig kon uitrichten tegen de licht maar goed bewapende West-Friezen in dat zompige moeras.

Willem zal het nu anders aanpakken. Als Rooms-koning kan hij beschikken over een groot Duits huurleger van edelen en voetvolk. Hij zal in de winter gaan als de Grote Waert bevroren zal zijn. Je kunt anders eigenlijk alleen over de Oeterleecker eilandjes. Zijn strategie is als volgt: Hij deelt zijn leger in tweeën. De edelen, die gerechtigd zijn te paard te gaan, gaan onder luid gezang richting Drechterland. De West-Friezen moeten ze al van verre hebben horen aankomen en dat is onderdeel van zijn tactiek. Willem wil ze daar heen lokken, dan kan hij ze in de rug aanvallen.

Willem trekt zelf, in harnas en te paard, in stilte aan het hoofd van het voetvolk over het ijs van de Grote Waert op naar het ambacht Hoogwoud. Hoogwoud, de grote verzetshaard. Hoogwoud, vanouds een plaats waar voor de gehele omtrek recht wordt gesproken. De Grote Waert wordt overgestoken, land dat we hadden moeten prijs geven aan het water. Er gebeurt daar weinig. Hij belandt op de Berkmeer, een smalle arm van de Grote Waert met kale bosschages en uitgestrekte rietkragen. Het voetvolk gaat schuifelende vort, glibberende vort, ‘glissende vort’ en zo af en toe vallend, achter hem aan, met al het zware wapentuig dat ze meezeulen. Ze kunnen niet zo snel. Mogelijk is het water op dit punt ook iets brakker door de afdichtingssloot de Wisene of Wijzend en door de dichtbij gelegen zoute Zuiderzee. Of hebben de West-Friezen een bijt in het ijs gehakt als hinderlaag? In ieder geval is het ijs hier en daar slecht. Willem wordt ongedurig, hij gaat te ver op zijn troepen vooruit (En dat weten alle bestuurders, het werkt niet als je té ver op je troepen vooruit gaat). Opeens komen de West-Friezen uit het riet tevoorschijn, ze springen op hem af en zoals het verhaal gaat, zijn paard schrikt, steigert en zakt met de zware geharnaste Willem door het ijs. Half in het koude water en in het zware harnas kan hij geen kant meer op, de West-Friezen storten zich op hem en op 29 jarige leeftijd sneuvelt hij.

De vreugde van de West-Friezen is van korte duur. Al snel herkent iemand de rode leeuw en de zwarte adelaar op het harnas. De schrik slaat ze om het hart. Hier ligt niet alleen de graaf van Holland, maar ook de Rooms-koning. Daar komt nog bij dat Willem II als Rooms-koning, in overdrachtelijke zin, de opvolger was van de eerste der Duitse Keizers, Karel de Grote. Dezelfde waarvan de Friezen hun vrijheidsprivilege hebben ontvangen. Wat nu…? Ze zweren een eed van geheimhouding, zodat het lichaam nooit zal worden gevonden uit angst voor de ongetwijfeld vreselijke wraak die zou volgen. Ze begraven Willems lichaam onder een haard in een boerderij in Hoogwoud. Daar onder de haard is immers de grond niet bevroren. Het voetvolk en het adellijke leger keren in wanorde terug. Gezongen wordt er niet meer. De West-Friezen blijven voorlopig vrij.

Het bericht van de dood van Willem echoot door heel Europa. De belangrijkste man van de christelijke wereld is gesneuveld. Ik zeg met nadruk gesneuveld en gebruik niet het woord ‘moord’. Het is niet iets om trots op te zijn als je iemand doodt. Het woord ‘moord’ dat de Hollandse chroniqueurs gebruiken is echter misplaatst. Hij kwam hier om ons onze vrijheid te ontnemen, met een dubbel leger, als vijand, en zo is hij omgekomen.

Ik ben begonnen te zeggen dat de Hollandse kronieken de West-Friezen afschilderen als barbaren, als primitieve woestelingen. U weet dat geschiedenis partijdig wordt opgeschreven, u weet nu dat de West-Friezen opkwamen voor hun vrijheid van het land, dat ze eigenhandig ontgonnen hadden, ze waren niet uit op gebiedsuitbreiding. Deze strijd vóór de vrijheid en de strijd tegen het water heeft velen, duizenden van onze voorouders, het leven gekost. Ik hoop dat ik bij deze de geschiedenis heb rechtgezet en onze voorouders eer aan doe, de eer geeft. Ik dank hen voor ons prachtige gebied.

Ik wil graag straks de burgemeesters uitnodigen voor de bloemlegging. En meteen daarna wil ik u verzoeken een moment stilte te houden voor Willem II, want West-Friezen staan niet als haatdragend bekend,  maar bovenal voor onze voorouders die omgekomen zijn in de vrijheidsstrijd en in de strijd tegen het water. Houd de eigenheid en het open landschap van West-Friesland in ere.

Mag ik de burgemeesters Van Beelen van Obdam, Nijpels van Opmeer en Ter Heegde van Heerhugowaard uitnodigen voor de bloemlegging.

Mag ik de genodigden nu vragen mee te gaan naar het Dorpshuis van Veenhuizen voor een ‘koppie’ en een duet dat Willem II en zijn vrouw Elisabeth van Brunswijk voor ons zullen zingen.

Wees voorzichtig met onze dijk tijdens het keren. De dijk is smal en het ijs is ook vandáág niet sterk.

Illustraties met toestemming overgenomen uit:

West-Friesland Oud & Nieuw 2006.

 

 Website designed and build by

deanluma logo shade xsmall