Stichting Hoochhoutwout biedt u het heden en het verleden van de (vroegere) gemeente Hoogwoud (Hoogwoud, Aartswoud, De Langereis, De Gouwe, De Weere). De Stichting Hoochhoutwout heeft als doelstelling om de (vroegere) gemeente Hoogwoud in al haar facetten te belichten.

Arie Modder

Een veelzijdig mens

Door Cees Modder

Arie Modder werd geboren op 13 mei 1896 aan de Wiertdijk in Bergen. Zijn ouders Jan Modder Azn. en Elisabeth Modder-Hoek, hadden daar een boerenbedrijfje met wat koeien en verder een bouwerij, een klein gemend bedrijf dus. Hij had nog een zus Alie, die werd geboren op 27 april 1898. Ze groeiden beiden op aan de Wiertdijk. Arie werd een ondernemend iemand, die meteen aanpakte als zich een kans op werk voordeed. Zo heeft hij op veel verschillende manieren zijn geld verdiend en is hij nogal eens van adres veranderd. Hij was ook een moedig mens, die risico’s niet uit de weg ging.

 

Familie Modder aan de Wiertdijk te Bergen.

De grootouders van Arie en Alie woonden niet zo ver van hun huis af. De familie Hoek had een kruidenierszaakje aan de Voert, dat werd later een puddingmeelfabriek. Ze waren wel voor die tijd vooruitstrevend, want het lijkt erop dat ze ook al pensiongasten hadden. Op de muur van het huis staat dan al ‘Old Home’. Hun andere grootouders waren Arie en Trijntje Modder-Dalenberg, zij woonden in de Philisteinsche Polder op de Philisteinse molen ook niet ver van hun ouderlijk huis, grootvader Arie was dus molenaar van beroep. Arie en Trijntje Modder-Dalenberg kregen twee zonen; Cornelis en Jan. Cornelis is de grootvader van de schrijver van dit verhaal.

Jeugdjaren

Hoe ze verder opgroeiden is ons niet zo erg bekend. Ze gingen in Bergen naar de lagere school. Alie ging nog naar Amsterdam om tekenlessen te volgen. Arie moest vermoedelijk zoveel mogelijk thuis blijven helpen en eventueel hier en daar hand- en spandiensten verlenen. Zo ging dat meestal in die tijd. In die jaren was hij ook bij de fanfare en hanteerde hij de grote trom. Later, toen hij wat ouder werd, werkte hij ook als huisknecht en als je dan bij een gegoede familie kwam werd dat ineens ‘butler’ genoemd. Arie kwam in zo’n situatie, doordat hij bij de familie Van Rhenen (de burgemeester) werkte. Hij deed nog meer want lui was hij niet. Hij werkte ook als vrachtvervoerder naar Alkmaar. Hoe hij aan het vervoersmiddel kwam is ons niet bekend, vermoedelijk huurde of leende hij dat van zijn vader. Als hij krentenvaten voor de bakkers vervoerde, die waren ongeveer honderd kilo, rolde hij die via balken op de wagen en als ze er weer af moesten liet hij ze op een stel autobanden vallen. Ook werkte hij toen als hulp bij een bottelier in de Langedijk. Daar is van bekend, dat toen hij in de late zondagavond door Broek op Langedijk naar huis fietste door een groep jongeren werd tegengehouden. Hij werd er op gewezen, dat je op de zondag niet mocht werken dus ook niet mocht fietsen. De jongeren zouden hem dat wel even afleren. Arie pakte zijn fiets bij stuur en zadel en slingerde die een paar maal in het rond, gelijk lagen er al drie vlak. Hij heeft nooit meer last gehad.

Winkel van Piet Hoek, later puddingfabriek.

Op 31 mei 1917 trouwde hij met Elisabeth (Betje) Ivangh uit Schoorl. Als beroep gaf Arie toen op ‘watermolenaar’. Ze kregen vijf kinderen Elisabeth (18-10-1919), Alie (23-12-1920), Jan (19-01-1924), Bregtje (10-12-1926) en Piet (19-05-1935).

Arie Modder voor de Philisteinsche molen.

Voorouders Elisabeth (Betje)

Haar moeder Aaltje van Rinsum overleed op 27 januari 1900 en was toen 35 jaar oud en haar vader Pieter Ivangh overleed op 3 februari 1900, toen 37 jaar oud. In één week dus beide ouders weg. Er waren toen vier kinderen Joost (1894), Elisabeth (7 juni 1895), Cornelis (1896) en Neeltje (1899). Ze waren dus al jong wees. De kinderen werden niet samen opgevoed. Ze werden in verschillende gezinnen grootgebracht. Elisabeth kwam bij Jan en Bregtje Strooker-Modder te Bergen.

Molenaar

Vanaf 1827 zijn Cornelis Modder Sz. van 1827 tot 1869, Arie Modder Cz. van 1869 tot 1915, Jan Modder Az. van 1915 tot 1917 en Arie Modder Jz. van 1917 tot 1920 molenaar op de Philisteinsche molen in Bergen geweest. Jan Modder, de vader van Arie, werd dus in 1915 molenaar op de ‘Philistein’. Het vermoeden is dat hij de functie tijdelijk heeft overgenomen van zijn ouders. Jan zijn vader overleed in 1915, zijn moeder woonde nog in de molen en Jan Modder zijn bedrijf was niet zo ver weg, het was een klein bedrijf en dus kon hij dit er wel bij hebben. Zijn moeder overleed in 1917. Daarna werd Arie Modder de molenaar. Het was armoe troef, ze waren zo arm dat toen zijn vrouw eens pannenkoeken wilde bakken, dat niet kon omdat de koekenpan lek was. Betje zei later wel eens: “We waren toen zo arm en de pannenkoekenpan was ook nag lek, as ik main lieve Arie niet had had”. Daar hield de zin op. Ze hielden een paar koeien, hadden wat land en dan nog polderdijken om te maaien, dat was toen allemaal handwerk. Een beetje bouwerij erbij wat ook niet erg lukte, de koeien kregen nog tongblaar dus die moesten toen ook nog met de hand gevoerd worden om ze in leven te houden. Alleen zijn konijnen deden het goed. Een woning in een molen is ook heel sober. Tweemaal een ingang en dan nog twee kleine kamertjes met bedsteden. Eén kamer als woonvertrek en de ander werd toen alleen gebruikt als vergaderruimte voor de ‘heren’ schouwmeesters. Arie mocht niet stropen, maar er moest bij een vergadering wel paling op tafel komen. Betje moest ze stoven, maar waar Arie ze vandaan haalde dat maakte dan niet uit. In 1920 had hij het vak molenaar wel gehad. Zijn ouders Jan en Elisabeth Modder-Hoek hadden in 1919 café ‘De Eendracht’ in Hoogwoud overgenomen en ook het echtpaar Arie Modder-Ivangh ging die kant op.

Spanbroek

Ze kwamen eerst in Spanbroek te wonen in de buurt van het postkantoor. Wat Arie Modder toen is gaan doen is niet helemaal duidelijk, maar stilzitten in ieder geval niet. Omdat hij vlak bij het postkantoor woonde is het aannemelijk dat hij daar al hulppostbode werd. In Hoogwoud was hij dat later ook. Er is bekend dat hij in die tijd ook als koetsier werkzaam was en wel bij zijn vader Jan Modder die niet alleen café ‘De Eendracht’ had, maar ook een begrafenisonderneming runde. Hij had een lijkkoets en nog een paar koetsen voor personenvervoer. Hij werkte ook mee aan de Lindegracht in Opmeer om vrachtschuiten te lossen. Er was veel handel aan die Lindegracht, dus dat kwam nogal eens voor. Ook daar kwam zijn veelzijdigheid hem wel goed uit, want na het lossen moesten er ook wel eens spullen direct weggebracht worden, dus dan was hij weer vrachtvervoerder.

Het buurtje in Spanbroek waar Arie ging wonen. 
Het postkantoor is het tweede pand vanaf rechts op de foto.

Arie Modder deed meer. Hij hield veel van motoren en ging in het begin van 1920 een samenwerking aan met bus ondernemer Jaap Edel uit Hensbroek. Ze hadden een busdienst van Hoorn naar Alkmaar. Vaste tijden daar deden ze niet erg aan. Het was zo: ongeveer die en die tijd waren ze bijvoorbeeld in Hoogwoud of Spanbroek. Wilde je onderweg instappen dan knoopte je maar een doek aan de paal en dan toeterde hij wel en wachtte rustig op je. Ook gaven ze voor de vaste klanten een eigen kleur vlag, dan konden ze die gebruiken. Dit was een soort van klantenbinding, er waren namelijk veel meer busdiensten. Spanbroek had er een paar, onder andere de busdienst van Pijper (ook ongeveer 1920). In Winkel, Nieuwe-Niedorp en Heerhugowaard, er waren op veel meer plaatsen in West-Friesland dergelijke ondernemingen. En al die busdiensten reden door zoveel mogelijk dorpen over dat kleine wegenbestand van West-Friesland. Door al die kleine ondernemingen was de spoeling nogal dun. Ze gingen fuseren of werden opgekocht. Dat begon bij een grotere busonderneming in Hoorn, die in de gaten had dat het zo in de toekomst niet goed zou gaan. Die begon met anderen samen te werken of kocht ze op. Wat uitmondde in de W.A.C.O. , de Westfriesche Auto Car Onderneming. In 1945 ging dat over in de N.A.C.O., de Nederlandsche Auto Car Onderneming, nu is het Connexxion.

 

De bus.

Bottelier

Het bier bottelen dat hij in de Langedijk had geleerd, kwam hem hier ook goed van pas. Het kan best zijn dat hij het één en ander aan materiaal heeft overgenomen van zijn vroegere werkgever. Hij is ermee begonnen in de stallen van zijn vader (in de Eendracht dus) in Hoogwoud. Later is hij gaan samenwerken met Cor Bakker. Weer later, nadat de garage was gebouwd, is alles verplaatst achter de garage van Modder & Bakker. Hoe ging dat bottelen in zijn werk? Het bier werd bezorgd in grote houten vaten en dan moest alles in flesjes worden getapt. Het lijkt eenvoudig maar die flessen moesten natuurlijk eerst gereinigd en gedroogd worden. Met de middelen van nu is dat een vrij eenvoudige klus. Maar toen was dat erg bewerkelijk. Gebruikte flessen werden eerst in de week gelegd, daarna van binnen een paar maal gespoeld en dan moesten ze uitdruipen aan een speciaal soort druiprek. Waren ze droog, dan mochten ze gevuld worden. Dat was dan bier aangevuld met koolzuur, hier was dan weer apparatuur voor. Voor je de flessen ging vullen hield je ze tegen het licht om te kijken of ze goed schoon waren. De flessen die de proef niet doorstonden, moesten opnieuw de reinigingsbak in. Waren de flessen gevuld dan moest er nog een etiket op. Nu zou dat machinaal gaan, toen ging dat met de hand. De etiketten waren er wel, maar er moest nog stijfsel op om dan op de flessen te worden geplakt. Ze hadden verschillende soorten bier; licht bier, bruin bier en stout bier en alle soorten hadden een eigen etiket. Waarom alles in flessen? Eigenlijk is dat vrij eenvoudig, de cafés hadden in die tijd nog geen tap en zelf bottelen was te bewerkelijk. De flessen waren meestal beugelflessen of kogelflessen. Ook werden er flessen gevuld met cider, grenadine en ranja. En die natuurlijk elk weer met een eigen etiket. Ze zullen wat schoongemaakt en afgeplakt hebben in die tijd. Dit werk deden ze dan natuurlijk niet alleen voor de cafés in Hoogwoud, maar ook in de buurgemeenten. Later kwam de biertap in bedrijf en Arie Modder en Cor Bakker waren dan meestal met evenementen en kermissen de tappers bij hun klanten (ik ben hen wel eens tegen gekomen in Zuid-Scharwoude en Oudkarspel). Toen Arie Modder en Cor Bakker ophielden met hun samenwerking, ze hadden toen de bottelarij en de garage, ging Arie alleen verder met de bottelarij in zijn eigen pand achter de fietswerkplaats aan de Kerkelaan (Burg. Hoogenboomlaan 51), tot hij die in 1948 verkocht aan de mineraalwater fabrikant Klaas van der Woude in Hoorn. Arie Modder verkoopt dan: ‘een gedreven Bierbottelaarszaak, alsmede zijn mineraal-water-bedrijf, met de daartoe behorende inventaris, bestaande uit: twee tapmachines, imprieer-machine met motor en drijfwerk, flesschen, kisten, enzovoorts, alsmede de goodwill.’

 

Bottelarij Cor Bakker en Arie Modder.

In het tweede huis rechts bij de viersprong heeft Arie Modder gewoond.

Tramhuis

In ± 1925 gingen ze naar de Koningspade en kwamen ze in het tramhuis. Ze waren hiervoor al een paar maal verhuisd. Eerst naar de Herenweg vlak bij Afie Breed (nu Herenweg 31) en vervolgens ook aan de Herenweg dichtbij de viersprong. Ook woonden ze nog een poos aan de Boekel naast slager Wever (nu Burgemeester Hoogenboomlaan 28). Arie had zijn gebruikelijke werk, maar hier was ook werk en wel voor Betje, namelijk het beheren van het station. Er was een laad- en losplaats en daar had zij het beheer over. Het zal niet altijd even gemakkelijk geweest zijn, een opgroeiend gezin en dan toch, al lijkt het nu allemaal kleinschalig, was er op dat station veel werk aan de winkel. Goederen ontvangen, zorgen dat het bij de goede personen terecht kwam en dan weer voor de te verzenden goederen zorgen. Het mocht natuurlijk niet nat worden, stuk gaan, of wat dan ook. Die werkzaamheden duurden in ieder geval tot 1 februari 1930. De tramlijn Wognum- Schagen werd toen opgeheven. Daarna was er nog het slopen van de tramlijn, waar Betje ook mee te maken had door mensen in de kost te nemen en maaltijden te verzorgen. Dit allemaal in een tijdbestek van 10 jaar.

 

Rechts tramhuis - nu Koningspade 16.

Perron met Betje Modder-Ivangh.

Fietsenzaak en garage

Het was 1930 toen Arie Modder en Betje het pand van fietsenmaker Simon Koorn (nu Burgemeester Hoogenboomlaan 51, thans Kapsalon de Boekel) overnamen. Ze hadden nu een woonhuis, een winkel en een werkplaats en die kon je toch niet onbenut laten. Dus er kwam weer een fietsenwinkel in en ook de werkplaats bleef bestaan. Ook was er een benzinepomp net voor hun huis. Ondertussen was Arie dus al gaan samenwerken met Cor Bakker. Ze hadden een paar interesses gemeen en dat waren techniek en alles wat door die techniek kon voortbewegen. Motoren vonden ze prachtig en ze begonnen in een klein schuurtje van vader Jan Modder daarmee te werken. In 1930 werd er aan het zogenaamde herenhuis van oud-burgemeester Pijper een garage gebouwd. En op de gevel staat dan GARAGE MODDER & BAKKER. Ze hadden al gauw een aardig lopend bedrijf. Er was achter de garage een plaats gemaakt voor de bottelarij. Dus alles toen in één pand. Eind jaren ’30, het moet bijna 1940 geweest zijn, gingen Arie en Cor met hun werkzaamheden uit elkaar. Cor Bakker ging verder met de garage en Arie Modder nam de bottelarij mee tot aan de verkoop daarvan in 1948. Toch bleef Arie Modder nog trouw de garage bezoeken, deed nog verschillende klusjes en reed vaak taxi voor het bedrijf.

Getuige en afslager

Hij woonde nu midden in het dorp en werkte vlak bij de notaris, en die had wel eens een getuige nodig. Op verschillende aktes zal dus zijn naam wel te vinden zijn.

Het schuurtje waar Modder en Bakker zijn begonnen.

Voor een notaris was dat wel gemakkelijk als je een paar van die mensen in de buurt had. Als je voor het eerst dergelijke aktes ziet, dan denk je, wat heeft die er nu mee te maken, tot er iemand zegt: “Die was mooi in de buurt en daar hadden ze een goed vertrouwen in”. Omdat hij midden in het dorp woonde, en door zijn werk veel onder de mensen kwam, en goed zijn woordje kon doen, werd hij ook gevraagd om afslager te zijn op openbare verkopingen (boelhuizen).

Garage Modder & Bakker.

Deze kwamen vroeger veel voor. Door de veranderingen in de bedrijven moest het oude spul weg, verbranden dat is zonde. Dus een boelhuis houden, waarbij je bijna alles verkocht, was een goede oplossing. Een dergelijke verkoping ging onder toeziend oog van een notaris. Velen kwamen op een dergelijke verkoping af, kochten ook vaak wat en in vele gevallen iets, dat ze eigenlijk niet nodig hadden. Vooral was dat met het afmijnen het geval. Door bijvoorbeeld met koeien of met land mee te doen met opbieden om zodoende strijkgeld te verdienen (‘plokkie halen’), en het werd niet afgemijnd, dan zat je aan de koop vast (hij blijft er aan ‘hangen’ zo werd dat genoemd). Ik (C.M.)ben er, ook al kwam het niet zoveel meer voor, toch nog een paar keer bij geweest, ik vond het prachtig en kon me voorstellen dat er mensen waren die wel eens een gokje wilden wagen.

 

Arie Modder als afslager bij een Boelhuis. 
Naast hem met pen en papier, Reer de Boer.

Jager en veldwachter

Jagen deed Arie Modder ook. Toen hij in de molen woonde, moest hij wel eens stropen om aan vlees te komen. Dat was dan voornamelijk vis en duinkonijnen, want die waren er genoeg. Omdat hij ook een natuurkenner was en met het stropen wel eens dieren ving die eigenlijk moesten blijven leven, ging hij liever jagen. Wanneer hij zijn eerste jachtvergunning heeft gehad, is ons niet bekend, maar als die aanwezig is, moet je ook nog een aaneengesloten stuk land hebben om te mogen jagen. Daarvoor moesten er vergunningen van de eigenaren en gebruikers (pachters) van dat land zijn. Hij ging jagen met zijn compagnon Cor Bakker, Geerling (van autobedrijf Geerling & Winkelaar uit Hoorn), later kwam G.J. Tulp (meester Tulp) daar nog bij. Ze hadden een groot gebied. De Lage Hoek, ’het Laag’ en vanaf de Gouwe tot aan de Langereis. Weer later kwam er een samenwerking met de ‘broodjagers’ van Aartswoud Kees Timmerman en Jan Kort uit de Boezem.

Mevrouw Betje Modder-Ivangh voor de winkel.

In 1938 werd Arie Modder aangesteld als onbezoldigd veldwachter van de gemeente Hoogwoud. Hij was dan de hulp van de veldwachter bij diverse evenementen, maar mocht ook zelf optreden en eventueel boetes uitdelen. Of hij dat ooit gedaan heeft, is ons niet bekend. Wat we wel weten, is dat hij door al dat werk overal bekend werd. Na de oorlog werd hij nog gevraagd om bij de P.O.D. (Politieke Opsporings Dienst) in Hoorn op het Oostereiland te helpen om mensen te ondervragen die werden verdacht van foutieve handelingen in de jaren 1940/1945. Voor dat werk kreeg hij de beschikking over een motor om regelmatig naar Hoorn te gaan en mocht hij een wapen dragen. Omstreeks 1948 werd er een landelijke reservepolitie in het leven geroepen. Burgers die zich geroepen voelden om de beroepspolitie te ondersteunen, konden zich aanmelden. Na een gedegen opleiding kregen ze dezelfde bevoegdheden als de beroepspolitie. Hetzelfde uniform met handboeien en wapenstok, maar geen vuurwapen. Ook kregen ze een kleine uurvergoeding voor hun hulp. Arie Modder was al hulpveldwachter geweest, werkte bij de gemeente en had al allerlei functies en kon deze er ook nog wel bij hebben. Dus trad hij ook wel als politieman naar voren. Zijn zoon Jan was ook bij de reservepolitie.

Frans May - Gerard Tulp - Arie Modder -
Cor Bakker - Piet Geerlings en Piet Modder.

Politie en reserve politie. Achter 3e van links Arie Modder.

Arie Modder krijgt zijn jas aangereikt door zijn vrouw 
Betje tijdens zijn afscheid van de brandweer.

Brandweer en B.B.

In 1928 werd de brandweer in Hoogwoud opgericht. Er was wel een brandbestrijding in het dorp met brandomroepers en eenieder die de pompen (handpompen) kon hanteren moest gewoon meewerken.

Op zich ging dat over het algemeen wel goed, maar de techniek gaat vooruit, er kwamen andere middelen en motorspuiten, dus moest men ook beter getrainde mensen hebben. En ook mensen die met dergelijk materiaal konden omgaan. Arie Modder was één van de eersten die zich opgaf als brandweerman. In 1933 werd hij opperbrandmeester en bleef dat tot 1961 toen hij de 65-jarige leeftijd bereikte. In al die jaren dat hij erbij was, is er toch wel veel veranderd Na de oorlog werden van dumpmaterialen brandweerwagens gebouwd. Ook de gemeente Hoogwoud schafte een dergelijke wagen aan. Deze had als thuisbasis de rijwielwerkplaats van Arie Modder. Deze wagens hadden een rechtse besturing en er zaten toen geen zitplaatsen in. Geen nood, de commandant had twee rechterhanden. Hij ging ze zelf wel maken. De stoelen hadden een harde zitting, want ze werden van hout gemaakt. Dat was goed genoeg, want je zat er toch niet zolang op, aldus de commandant. Zijn zoons Jan en Piet Modder waren later ook bij de brandweer. Als brandweercommandant werd hij rayoncommandant van de B.B. (Bescherming Burgerbevolking). De B.B. was bijna in het gehele land opgericht in 1953 vanwege de risico’s van de koude oorlog. In ± 1975 sprak men er al over om die organisatie weer op te heffen, maar na jaren praten kwam tenslotte in 1983 het einde van de B.B.

In 1939 was er een grote brand aan De Gouwe. (zie onze uitgave van 2009). Arie Modder en Cor Bakker waren niet in hun bedrijf. Ze waren voor hun garage in Hauwert toen de brand uitbrak. Geen nood, de hulpen Jan Modder Az. en Gijs Kuiper zorgden dat de brandspuit aan De Gouw kwam. Maar de jongens, toen een jaar of zestien, mochten van de veldwachter de motor niet starten, dat moest een volwassen persoon doen die kennis van motoren had. Eén van de Gouwenaren had die kennis en zou dat wel even doen. Maar het lukte niet. Toen de veldwachter zich even omdraaide, startten de jongens de motor en kon het spuiten beginnen. Maar helaas er was geen redden meer aan. Tijdens een stevige storm op 3 december 1960 sloeg molen De Vier Winden aan de Langereis op hol. De brandweer was spoedig aanwezig, maar kon nog niets uitrichten. Je moest de molen van binnenuit afremmen. Maar niemand mocht er meer in van de burgemeester, die ook aanwezig was en op dat moment was zijn stem als hoofd van de gemeente eigenlijk een bevel. Arie Modder voelde op een gegeven ogenblik dat de storm wat afzwakte, zijn molenaarsbloed kwam naar boven, hij vloog de molen in, in tempo de trappen op en zette de molen stil. Alles zal wel behoorlijk gekraakt hebben, maar de molen was gered.

 

Gemeentebode en rattenbestrijder

In 1943 werd hij aangesteld als gemeentebode en conciërge. Dit was anders dan dat het nu is. Papieren moesten worden rondgebracht naar de raadsleden. De kachels moesten branden en vooral blijven branden. Dat was ook zo met de kachels van de openbare school. Toen er centrale verwarming kwam, was het zijn taak om die te verzorgen. Ook was hij door die functie huurincasseerder van de woningwetwoningen. Zo waren er meer van die klusjes die hij moest opknappen. Door zijn functie kwam ook Betje in het gemeentehuis. Zij moest samen met haar man zorgen dat alles schoon en netjes was en tevens bij de vergaderingen voor de thee of koffie zorgen. Ook het schoonmaken van de openbare school werd haar werk, dit deed ze samen met één van haar dochters. Er waren in de jaren 1950 ontzettend veel ratten. Er werd een campagne opgezet om die dieren te bestrijden. Wie mocht dat doen? U raadt het al. Arie Modder had een motor met zijspan en die kon dat gif wel even rondbrengen naar degenen die daarom vroegen om zelf het ongedierte te bestrijden. En vervolgens ging hij met meerdere mensen van gemeentewerken de plekken langs bij de openbare wegen en watergangen om ratten te bestrijden.

 

Arie Modder en mevrouw Kuiper (vd fotograaf). 
Modder brengt rattengif rond.

Huwelijk

Tijdens een receptie, ik meen van hun 50-jarig huwelijksfeest, was één van de sprekers zijn jagerscompagnon meester Tulp. Die vond het vreemd dat de bruidegom, de heer Modder, altijd met Arie werd aangesproken en de bruid, Betje, altijd met mevrouw Modder. Dat, terwijl het toch een prachtig stel was. Ze verhuisden nog één keer. Nu naar de Graaf Florisstraat. Daar hebben ze nog een aantal jaren gewoond. Een gerieflijke woning met centrale verwarming. Een leuk uitzicht, met veel mensen om zich heen en achter hun huis het hertenkamp. Arie Modder overleed, op tachtigjarige leeftijd op 17 september 1976. Zijn vrouw Betje op 1 december 1984, zij werd negenentachtig jaar oud.

 

Bron: Piet Modder

Foto’s: Archief Cees Modder

Betje en Arie.

 Website designed and build by

deanluma logo shade xsmall