Stichting Hoochhoutwout biedt u het heden en het verleden van de (vroegere) gemeente Hoogwoud (Hoogwoud, Aartswoud, De Langereis, De Gouwe, De Weere). De Stichting Hoochhoutwout heeft als doelstelling om de (vroegere) gemeente Hoogwoud in al haar facetten te belichten.

Uit de kerkelijke archieven van Aartswoud

Verzameld door L. Th. Van Meer, bewerkt door Louis Groen en Niek Dekker

Het bouwen van de nieuwe kerk 1883-1884

In onze uitgave van 2014 is te lezen wat vooraf ging, voor er werd besloten een nieuwe kerk te bouwen in plaats van de oude te restaureren. Daarna werd er snel gehandeld. Op 17 mei 1883 werd de eerste steen gelegd, op 3 augustus 1884 werd de nieuwe kerk ingewijd. In die ruim veertien maanden werd soms hard, soms niet hard genoeg gewerkt. De kosten kwamen uiteraard hoger uit dan was begroot en er was soms sprake van licht frauduleuze handelingen. Maar de nieuwe kerk kwam er en staat nog steeds te pronken in het hart van Aartswoud.

   

Gedenkstenen in hal van de kerk.

 

De kerk zal niet op een zandbedding, maar op heiwerk worden gebouwd. De firma Van de Stock te Nieuwe Niedorp heeft prijsopgave der heipalen ingediend. Men besluit ze te nemen, maar tevens «omtrent de heistelling de vraag te richten of de tijd, die verloopt tusschen het slaan der proefpaal en het werkelijk heiwerk, ook betaald moet worden, dan wel of die vrijgesteld wordt». (men ziet: alles wordt overwogen en becijferd!) De firma Walree te Brummen heeft inmiddels 74.000 stenen verzonden en Boomsma te Harlingen bericht het versturen van 300 H.L. kalk en 50 H.L. tras. (H.L. staat voor hectoliter, red.)

Herenbank

Bruikbaar sloopmateriaal gaat naar opkopers: oud ijzer à 3 cent per kilo; oud lood brengt in totaal ƒ 251,16 op. Dat het toen voor dieven ook al een gewild artikel was, constateert een der kerkvoogden; hij vindt «dat het oude lood, dat in de kalkloods geborgen is, er niet op vermeerdert». Daarom, zegt hij, is het tijd om het zo gauw mogelijk van de hand te doen. 2000 oude pannen gaan naar M. Deutekom à 2 cent per stuk; zelfs een «vergaarbak» gaat nog voor 20 cent van de hand, want er wordt niets weggegooid, wat nog iets kan opbrengen. Met al dat slopen en puinruimen is C. Leeuw zijn lijmpot kwijt geraakt; hij krijgt er ƒ 1,30 voor vergoed. De oude preekstoel wordt afgedankt en brengt tezamen met wat eiken banken en een hek ƒ 60,- op. De preekstoel en het hek worden gekocht door de Nederlands Hervormde gemeente van Blijdenstein. De plaatselijke schrijnwerker en wagenmaker E. Oudt zal een nieuwe preekstoel maken en tevens de koorbank opknappen.

De oude preekstoel met koorhek in 
de kerk van Blijdenstein.

 

De herenbank stond op de nominatie om ook verkocht te worden. Er meldde zich al een liefhebber uit Den Haag. Het kerkbestuur zag echter tijdig in dat de bank in de nieuwe kerk thuishoorde. Hij moest wel eerst worden opgeknapt. De achterkant en één zijkant hadden tegen de muur gestaan, de zijkant moest volgens een krantenartikel uit 1989 ‘even kunstig uitgesneden’ worden als de andere zijkant. Men vond dat de heer Oudt zich zeer goed van die taak had gekweten. Het artikel eindigt met de zin:

‘De bank is nu werkelijk een sieraad voor de kerk en strekt tevens als een voorbeeld, dat de liefde voor het schoone ook ten platten lande wel wordt aangetroffen’.

De herenbank.

 

M. Deutekom heeft tekort aan puin voor de Braakweg. Hij krijgt toestemming «tot het uitzoeken der oude fondamenten van het achterste gedeelte der oude kerk, voor zoover dit buiten de nieuwe fondeeringen omgaat en zonder deze in het minst te schaden». Deutekom zal ook de daardoor ontstane opening «met voldoende aangestampte grond moeten dichten». (N.B.: Wellicht is er onder die Braakweg en onder de dammen van de kerkenweilanden nog heel wat interessants te vinden voor oudheidkundigen).

 

Cornelis Leeuw en Maarten Deutekom.

 

Intussen zijn er 23.000 leien aangevoerd, waarvan door de timmerlieden 10 % wordt afgekeurd, zodat de secretaris gemachtigd wordt 20.700 stuks uit te betalen. Omtrent een kleine 1.000 leien «die als rabat er bij schijnen gevoegd te zijn», wordt nog geen beslissing genomen. Er zou ook een hok gemaakt dienen te worden om de nieuwe leien in te bergen en op maat te hakken, maar zo'n hok kost geld en daarom beslist men het lijkenhuisje er voor in te richten, onder voorbehoud echter «dat bij plaatsing van een lijk daarin, alles ruim is»!!

Kathedraalglas

Bij alle zorgen en beslommeringen over de bouw, moeten kerkvoogden zich ook nog met onbenulligheden bezig houden, waaraan echter niet minder aandacht wordt besteed: in een vergadering van 10 augustus 1883 komt als allereerste punt aan de orde de vernieling van een dommekracht van Mantel bij de sloop van de oude kerk. Mantel krijgt een nieuwe en de oude kapotte zal men laten ‘boelhuizen’. In geval van een restauratie zou men met zo'n 74.000 stenen toegekomen zijn; voor de nieuwbouw moeten er nog 20.000 bijbesteld worden. Het glas en de verfstoffen waren begroot op ƒ. 1.600,-; ook daar weer een tegenvaller, want schilder Met komt met een opgave van ƒ. 2.000,- op de proppen; wel zegt hij erbij «alles van de deugdelijkste soort genomen te hebben en op een herhaaldelijke overwerking te rekenen, het plafond b. v. zes maal».

Dan rijst ook de vraag welk glas men gaat gebruiken: «gewoon, mat, mousselin, gekleurd of hoe dit alles gemengd»? Het beste is dat timmerlieden en schilder samen eerst maar eens een miniatuur proefraam maken, dan heeft men tenminste enig idee hoe het er uit gaat zien. Eind september zijn de monsters glas binnen. Men kiest voor «mat mousselin en dubbel mat, ieder voor de helft, wat de benedenramen aangaat, terwijl voor de koppen der ramen gekozen wordt kathedraalglas, de kleuren daarvan te kiezen door de timmerlieden in overleg met de schilders». De schilders Met en Ott, die voor het verfwerk zijn gekozen, zullen alleen hun werkuren in rekening brengen; de verfstoffen kopen ze voor rekening van de kerk. De leidekker dient zijn rekening in, maar wordt meteen ter verantwoording geroepen. Kerkvoogden zijn van mening dat hij «een enorme winst op de spijkers gelegd heeft»! Verder heeft hij de schafttijd als werkuren gerekend en dat is toch wel helemaal te bar! Men vindt zijn uitleg niet naar de zin en geeft hem 24 uur bedenktijd om zijn rekening te verminderen; zo niet, dan moet hij maar afwachten wat de vergadering over hem beslist.

Geen halve maatregelen dus!

Ook over de rekeningen van de schilders Met en Ott heeft men de nodige aanmerkingen: ze schelen veel te veel van elkaar.

Naarmate het werk vordert, komt er ook meer lijn in: zo zullen er ook 2 kerkenkamers gemaakt worden «gelijk van grootte en twee (afzonderlijke) opgangen». Verder wordt Oudt belast met het maken van een eiken tribune «met enkele leuningen en aan beide zijden gesloten met deurtjes». In de vestibule komen «marmerstenen». «Omtrent de vloer in de kerk wordt goedgevonden ze te maken kolfbaansgewijze met houten bekleeding onder stoelen en de oude zerken onder de banken».

Het oude kerkorgel van Aartswoud in de kerk van Berghuizen.

 

Het oude kerkorgel zal in de Kerkelijke Courant worden aangeboden tegen ƒ 500,-. Het wordt, voor het gevraagde bedrag, gekocht door de Christelijk Gereformeerde gemeente in Berghuizen. Dit orgel, gebouwd door Amoor in 1743, was in 1850 gekocht van de Nederlands Hervormde kerk in Raamsdonk voor ƒ 890,-. Op 15 september werd het in Aartswoud ingewijd.

Schrijnwerker Oudt wordt belast met het maken van de voorzangerslessenaar en de gezangenbordjes en in Rotterdam worden 120 nieuwe stoelen besteld. Tenslotte wordt de kerk verzekerd tegen ƒ 20.000,- en het meubilair voor ƒ 8.000,- en wel: «banken en preekstoel ƒ 2400,-; orgel ƒ 4200,-; stoelen ƒ 600,-; bijbels en kussens ƒ 200,-; avondmaalgereedschap ƒ 200,-; kroonen en lampen ƒ 600,-»: een degelijke brandverzekering dus voor die tijd!

Flink en degelijk

Leidekker Sluis uit Barsingerhorn dringt weer eens aan op betaling van zijn rekening! Kerkvoogden voelen er totaal nog niets voor «eens deels met het oog op de 2300 leien daarop voorkomende, doch die bij de keuring zijn uitgeschoten; anderdeels met het oog op het overigens nog zeer hooge bedrag, waarover Sluis vermeent te kunnen of te mogen beschikken». Het gaat met onze leidekker in geen geval ‘van een leien dakje’! Waren er in 1883 al moeilijkheden met de schildersrekeningen, in maart 1884 doen ze zich opnieuw voor. Zij hebben tot nu toe aan leveranties en arbeidslonen reeds ruim ƒ 2.200,- ontvangen, dus al meer dan de begroting en het werk is bij lange nog niet klaar. Dus wordt schilder Met ontboden. Die beklaagt zich «eenigermate over het langzame werken van zijn medeschilders K. en P. Ott; niet dat zij hun best niet willen of zouden doen, maar zij zijn niet anders gewoon en van hen is het moeilijk hierin verbetering te brengen». Het zal maar van je gezegd worden!! Kerkvoogden aarzelen dan ook niet en sturen een brief naar K. en P. Ott met bericht «1) dat zij zich streng dienen te houden aan den gewonen tijd van komen en gaan op het werk. 2) dat er, tijdens zij op het werk zijn, flink en degelijk door hun wordt doorgewerkt... 3) dat, zoo door hun hieraan niet mocht worden of niet mocht worden kunnen voldaan, het Bestuur zich genoodzaakt zal zien de volgende week hun loon, tot heden bedragende 17 cent per uur, terug te brengen tot op 14 cents, en zoo dit niet mocht baten, ze dan van het werk te verwijderen». De firma Ott is blijkbaar de kwast toch vlugger gaan hanteren, want ze hebben hun baantje als kerkschilders behouden.

Interieur kerk.

 

IJzeren urinoir

De kerk is nu zo goed als klaar, maar er valt nog één probleem op te lossen: hoe en waar moeten de mannelijke kerkgangers straks hun overtollige vocht kwijt? «De voorzitter stelt voor één ijzeren urinoir bij de kerk of méér naar den kant der sloot te zetten». «De meerderheid is echter van gevoelen dat een paar kleine ijzeren urinoirs bij de pilaars geplaatst, reeds voldoende zijn». Er komen dus twee waterbakken en wel aan de Noordzijde der kerk.

IJzeren urinoir.

 

Geen probleem, maar ook nog op te lossen is de manier van verwarmen van het nieuwe kerkgebouw. Eerst was er sprake van de aankoop van zogenaamde kerkkachels, maar die ‘vreten’ kolen en daar heeft men geen behoefte aan. Daarna droomde men even van een soort verwarmingstoestel, zoals dat onder meer reeds in een kerk in Hoorn en in Warmenhuizen in gebruik was. Bij nader inzien blijkt dat deze apparatuur ook grote hoeveelheden brandstoffen verslindt; bovendien «is er noch het geld, noch de ruimte voor». Voorlopig besluit men dus alleen «5 rookuitgangen te maken uitloopende in 2 buitendaks» en zo moddert men het hele jaar 1884 en nagenoeg ook 1885 door. Maar op 20 december 1885 vragen kerkvoogden bij notabelen een krediet aan van ƒ 400,- «om daarvoor aan te schaffen de noodige kachels en annexen ter verwarming van het kerkgebouw». Nu het vuur hen zo na aan de schenen gelegd wordt, menen notabelen wel iets te moeten doen en vinden het nodig «alle tocht, door bestrijken der muurplaat, het dicht timmeren van de openingen tusschen het gewelf en de kap, het voorzien der deuren van banden, die ze onmiddellijk achter de binnenkomenden dicht halen enz.., zooveel doenlijk weg te nemen. Wanneer dit door kerkvoogden wordt bewerkstelligd, dan vermeent men het dezen winter, die toch reeds voor een deel verstreken is, wel zonder kachel te kunnen doen». Onze kerkgangers zullen het nog maar een tijdje met voetstoven moeten stellen!

Voetstoof.

 

Nog enkele details

De eerste steenlegging vond plaats op 17 mei 1883, bij welke gelegenheid de toenmalige predikant Riedel bedankt werd «voor diens belangstelling en het goede woord daarbij gesproken».

Krantenknipsel van 26 april 1895 betreffende dominee Riedel.

 

Een gedenksteen laat ons weten door wie (Dirk Rempt Dz. oud 12 en Geertje Koorn J. Dd., oud 10 jaar) de eerste stenen gelegd werden en ook wie de ontwerpers/bouwmeesters waren: C. Leeuw en C. Deutekom. Toen de kerk gereed was, werd ze vanaf 10 maart 1884, op de zondagen opengesteld voor bezichtiging! Wel besloot men daarbij «de kinderen te weeren». De inwijding geschiedde op 3 Augustus 1884.

Ook voor de «Commissie voor Kerkbouw» zat het werk er nu op. Ze werd op 22 oktober 1884 bedankt «voor de moeite, die zij zich heeft getroost», ontbonden en «ontheven van haar taak». En zo komt er dan een einde aan een lange periode van wikken en wegen over restauratie en voortbestaan der oude, dan wel de bouw van een geheel nieuwe kerk, welke leidde tot de afbraak der oude en bouw der nog heden bestaande kerk, die al weer 130 jaar het dorpsbeeld van Aartswoud beheerst.

De kerk.

 

Kosten van de bouw

Het is wellicht voor sommigen interessant te weten wat er bij de bouw van de kerk zo al aan materialen gebruikt is, wat ze gekost hebben en ook hoeveel er aan arbeidslonen betaald is, zowel voor de ambachtslieden als voor de lichters van schepen, vrachtrijders enzovoort. We willen een poging wagen om dit vast te stellen, al zal dit - vooral wat de lonen betreft - een berekening bij benadering worden, daar het werk niet tevoren was aanbesteed, maar in daggeld werd uitgevoerd en de omschreven kosten niet altijd aangeven of ze al dan niet tot de kerkbouw hoorden.

 

Materialen

           
 

94.000 stenen à

 

ƒ. 3.703,35

       
 

20.700 leien 

 

ƒ. 828,05

(franco station Noord-Scharwoude)

 

Cement

 

ƒ. 509,17

       
 

300 H.L. Kalk en 50 H.L. tras à

 

ƒ. 1.310,37

       
 

Houtleverantie

 

ƒ. 7.340,44

       
 

Spijkers, sloten etc.

 

ƒ. 569,69

       
 

IJzeren goten

 

ƒ. 93,92

       
 

IJzeren ramen

 

ƒ. 823,--

       
 

IJzeren balken

 

ƒ. 62,83

       
 

Gegoten ijzerwerk

 

ƒ. 196,44

       
 

Levering glas

 

ƒ. 334,25

       
 

Lood en zink

 

ƒ. 376,28

       
 

Hard- en zandsteen

 

ƒ. 1.505,45

       
 

Smeedwerk

 

ƒ. 126,95

       
 

Ornamenten

 

ƒ. 72,50

       
 

Touwwerk

 

ƒ. 63,05

       
 

Overige bouwmaterialen

 

ƒ. 331,65

       
 

120 stoelen

 

ƒ. 600,--

       
 

Levering kerklampen

 

ƒ. 130,95

       
 

Stoel in preekstoel

 

ƒ. 20,--

       
 

Preekstoel

 

ƒ. 625,97

(gemaakt door schrijnwerker E. Oudt)

     

ƒ.19.824,31

       
               
 

Arbeidslonen

           
 

C. Leeuw (bouwmeester)

 

ƒ. 3.885,55

       
 

C. Deutekom (bouwmeester)

 

ƒ. 2.416,98

       
 

M. Deutekom (metselaar)

 

ƒ. 2.773,61

       
 

L. Vorst (metselaar)

 

ƒ. 2.310,68

       
 

S. Mantel (timmerman)

 

 ƒ. 982,88

       
 

M. Eckhardt (smid)

 

ƒ. 663,89

       
 

E. Oudt (meubelmaker)

 

ƒ. 239,51

       
 

P. Ott Ez. (schilder)

 

 ƒ. 925,35

       
 

Kl. Ott (schilder)

 

ƒ. 333,54

       
 

Jb. Met (schilder)

 

ƒ. 1.762,57

       
 

Van der Sluis (leidekker)

 

ƒ. 425,60

       
 

Loodgieterswerk

 

 ƒ. 141,70

       
 

Heistelling

 

 ƒ. 25,10

       
 

Gebruik dorschzeil

 

ƒ. 12,--

       
 

Drank

 

 ƒ. 50,42

       
 

Vlagvorst

 

ƒ. 7,20

       
     

ƒ.16.956,66

       
               
 

Vrachtkosten

           
 

Vracht stoelen

 

ƒ. 15,--

       
 

,, kalk

 

ƒ. 149,70

       
 

,, cement

 

 ƒ. 36,28

       
 

,, leien

 

 ƒ. 35,25

       
 

,, ijzeren balken

 

ƒ. 16,--

       
 

Scheepvracht stenen

 

ƒ. 796,90

       
 

Diverse vrachten

 

 ƒ. 612,32

       
     

ƒ. 1661,45

       
               
 

Los- en laadkosten

           
 

Lossen en lichten van steenschepen

 

ƒ. 181,73

       
 

lossen van kalk

 

ƒ. 21,91

       
     

ƒ. 203,64

       
               
 

Totale kosten

           
 

Materialen

 

 ƒ. 19.824,31

       
 

Arbeidslonen

 

ƒ. 16.956,66

       
 

Vrachtkosten

 

ƒ. 1.661,45

       
 

Los- en laadkosten

 

ƒ. 203,64

       
 

Totaal

 

ƒ. 38.646,06

       
               

Tenslotte

Er is in de huidige kerk ook nog een hoeveelheid afgebikte stenen uit de oude kerk gebruikt; erg veel zullen het er wel niet geweest zijn, omdat het meeste puin gebruikt werd voor wegverharding. Het kerkbestuur had voor de duur van de bouw van de kerk een verbod ingesteld op het toelaten van sterke drank op het bouwterrein. Het feit dat men een verbod moest uitvaardigen, wijst er wel op dat het gebruik (misbruik?) van sterke drank tijdens bouwwerkzaamheden een tamelijk normaal verschijnsel was. Dat er in de uitgaven voor de kerkbouw toch een bedrag van ƒ. 50,42 voor drank voorkomt, is omdat men blijkbaar voor de arbeiders belast met erg zware werkzaamheden wel eens een uitzondering wilde maken. Zo werd er van die ƒ. 50,42 «voor drank bij het hei werk» ƒ. 23,67 uitgegeven en «voor drank bij steen en kalk lossen bij het heiwerk» ƒ. 16,05. Dat het wel degelijk om sterke drank gaat, is af te leiden uit een andere - veel geringere post – van ƒ. 3,40 voor «koffiedrinkers». Verder werd er nog ƒ. 9,- besteed aan 1/4 anker wijn en ƒ. 1,70 voor 2 liter drank. Voor wie die bestemd was, staat niet vermeld. Met de ƒ. 7,20 uitgegeven voor «Vlagvorst» wordt vermoedelijk bedoeld het extra glaasje bier of borreltje dat geschonken werd als de pannen c. q. leien er op lagen, zoiets als het zogenaamde ‘pannenbier’, wat in deze streken nog gebruikelijk is.

Vooringang kerk.

 

 Website designed and build by

deanluma logo shade xsmall